Afdeling in beeld
Elke individuele afdeling is een complex raderwerk. Het lijkt soms wel een bijenkorf waarin ieder een eigen functie en een eigen plaats inneemt. Elke dag zwermen zo’n 45 verpleegkundige per afdeling uit over hun regio om hun patiënten de nodige zorgen te verlenen. Hoe wordt dit gecoördineerd? Hoe verloopt het dagelijks bestuur van zo’n afdeling? Op welke manier worden de medewerkers van al te veel administratieve taken verlost? De complexiteit van thuisverpleging stijgt waarmee ook de behoefte aan gespecialiseerde verpleegkundigen toeneemt. Hoe wordt dit binnen de afdeling opgelost? En welke plaats nemen de aanvullende diensten in dit geheel in?
De moeite waard om een kijkje achter de schermen te nemen.
De (adjunct)hoofdverpleegkundigen en administratief bediende
Aan het hoofd van elke afdeling staat een hoofdverpleegkundige, bijgestaan door haar adjuncte. Elke afdeling beschikt bovendien over een administratieve kracht en één of meer logistieke medewerkers. Deze laatste zorgen er niet alleen voor dat alles er piekfijn en proper uitziet. Zij staan ook in voor het magazijn waar uitleen- en incontinentiemateriaal in voorraad zijn. De administratief bediende doet het onthaal van de afdeling, ontvangt de telefoontjes en contacteert de verpleegkundigen op ronde indien er een dringende wijziging of bijkomende zorgvraag is. Zij zorgt ook voor de tarifering van de verpleegkundige handelingen en de uitleen of het beschikbaar stellen van hulpmiddelen.Elke zorg die binnenkomt wordt mee opgevolgd door de hoofd- en/of adjunct-hoofdverpleegkundige. Tijdens de eerste maand gaat zij zelf ter plaatse om een correcte inschatting van de patiëntsituatie te maken. Chronisch zieken of patiënten met een complexe zorgbehoefte bezoekt zij eventueel vaker. De hoofd- en adjunct-hoofdverpleegkundige managen de afdeling en een team van gemiddeld 40 tot 45 verpleegkundigen. Zij plannen en verdelen het werk, maken de nodige afspraken, zorgen dart er een gepaste opvolging komt en waken over een kwaliteitsvolle uitvoering. Daarnaast sturen en organiseren zij overlegmomenten tussen de collega’s.
De (vaste) wijkverpleegkundige
De (vaste) wijkverpleegkundige is de spil in de verzorging van de patiënt. Bij elke te nemen stap, bij elke nieuwe zorgvraag en bij elke wijziging van de patiëntsituatie, is het de vaste wijkverpleegkundige die de zorgen ter harte neemt. De vaste verpleegkundige is van meet af aan betrokken en verantwoordelijk voor de inschatting van de zorgsituatie. Ze bekijkt de precieze zorgvraag en onderzoekt in welke omgeving de patiënt functioneert en wat hiervan de gevolgen zijn voor zijn gezondheid en welzijn. Zij bekijkt de zelfredzaamheid van de patiënten onderzoekt welke ondersteuning in zorg de patiënt nodig heeft. Zij vult het verpleegdossier in en zorgt voor de juiste informatiedoorstroming naar de afdeling. Tijdens het wekelijks patiëntenoverleg bespreekt zij de dossiers van de haar toevertrouwde patiënten met haar collega’s. Zij volgt ook de beslissingen en aanbevelingen vanuit het patiëntenoverleg op.
Het patiëntenoverleg
Om een patiënt zorg op maat te bieden, is heel wat patiëntenoverleg noodzakelijk. Dat kan intern overleg zijn, maar ook extern met andere zorgpartners en betrokkenen.
Het 11-12-overleg is het wekelijkse patiëntenoverleg waarop elke nieuwe patiënt wordt besproken. De gemeenten en/of deelgemeenten die bij één afdeling horen, worden verdeeld in sectoren. In elke sector is een pool van vaste verpleegkundigen en vervangers actief. Zij verzamelen elke week op een vaste dag van 11.00u tot 12.00uur voor de bespreking van de patiënten dossiers. Niet alleen de nieuwe patiënten maar ook patiënten waarvoor de zorgvraag wijzigt of waar er specifieke problemen zijn, worden tijdens het overleg besproken. De gespreksleidster leidt het 11-12-overleg in goede banen. Zij is een ervaren verpleegkundige die hiervoor specifiek wordt opgeleid.
Maandelijks komen heel wat teams thuisgezondheidszorg (TGZ) samen. Hierin zijn de zorg- en hulpverleners verenigd van het Wit-Gele Kruis, de dienst maatschappelijk werk, CM, Familiehulp, Landelijke Thuiszorg en IN-Z (het vroegere Isis). Zij overlopen de zorgafstemming voor gemeenschappelijke patiënten en bekijken welke bijkomende hulpvragen die maand zijn binnengekomen. Indien er een specifieke hulpvraag van een patiënt is, wordt deze besproken. De patiënt ontvangt deze info via de hulpverlener die voor hem de vraag op het TGZ heeft voorgelegd. Binnen het Wit-Gele Kruis is het de hoofdverpleegkundige die, gewapend met de nodige info van haar vaste verpleegkundigen, op het TGZ aanwezig is.
Soms is de patiëntsituatie zodanig complex dat afstemming tussen alle aanwezige zorgverleners nodig is. Dan wordt er een SEL-overleg georganiseerd; De Maatschappelijk werker van het OCMW fungeert als overlegcoördinator en nodigt alle partners uit, zo mogelijk ook de patiënt en zijn mantelzorger(s). Indien het OCMW dit niet doet of op vraag van de patiënt, kan ook her regionaal dienstencentrum dit overleg organiseren. De gemaakte zorgafspraken worden in een zorgenplan gegoten. Dit plan ligt bij de patiënt en wordt – indien hij zelf niet aanwezig was – met hem besproken.
Een geïntegreerde thuisgezondheidszorg kan maar op een kwalitatieve manier gebeuren mits regelmatig overleg met de behandelende (huis)arts. Het is immers de huisarts die de verpleegkundige aanstuurt door middel van de zorgen die hij voorschrijft. De vaste verpleegkundige werkt in permanent overleg met de huisarts. Daarnaast zijn binnen elke afdeling enkele verpleegkundigen verantwoordelijk voor gestructureerde overlegmomenten op geregelde tijdstippen met de huisartsen in de regio van de afdeling: de contactverpleegkundigen.
De thuiszorg voor een patiënt wordt vaak onderbroken door een ziekenhuisopname. Om die opname zo vlekkeloos mogelijk te laten verlopen en om het ontslag uit het ziekenhuis en de terugkeer naar huis zo goed mogelijk voor te bereiden, volgen de continuïteitsverpleegkundigen de patiënt ook tijdens de ziekenhuisopname op.Zij bezoeken de patiënt in het ziekenhuis en plegen waar mogelijk tijdens dit bezoek overleg met de verpleegkundigen en/of de sociale dienst en geven via het 11-12 feedback aan de collega‘s, in het bijzonder aan de vaste verpleegkundige van de betrokken patiënt. Dokters en verpleging in het ziekenhuis kunnen maar een volledig beeld van de patiënt hebben indien zij ook over de zorginfo van de thuisverzorging beschikken. De patiënt neemt daarom best bij een opname zijn verpleegdossier mee naar het ziekenhuis en brengt het nadien weer terug naar huis.
De referentieverpleegkundigen
Als grootste organisatie in thuisgezondheidszorg van Limburg, kanhet Wit-Gele Kruis Limburg de vruchten plukken van een aantalschaalvoordelen. Eén ervan is de mogelijkheid tot specialisatie in verschillende verpleegkundige vakgebieden. Want één verpleegkundigekan niet van elk verpleegkundig domein tot in de puntjes op dehoogte zijn en blijven.
Dit vertaalt zich in de opleiding van referentieverpleegkundigen in een specifiek verpleegdomein. De referentieverpleegkundigen staan ten dienste van de collega’s wanneer zij geconfronteerd worden met een meer complexe zorg. Zij komt eventueelter plaatse kijken en adviseert haar collega maar neemt nooit de zorg van haar over. Er zijn referentieverpleegkundigen voor de domeinen palliatie, psycho-geriatrie, mobiliteit, diabetes, stoma& incontinentie, wondzorg en psychiatrie.
Het verpleegdossier
In het verpleegdossier worden alle gegevens precies bijgehouden. Het blijft steeds bij de patiënt thuis en is een hulpmiddel voor collegaverpleegkundigen, de huisarts of andere betrokkenen in de zorg. Ook het zorgplan met onderlinge afspraken tussen de verschillende hulpverleners, wordt in het verpleegdossier ingeschreven. Dit zorgschema wordt steeds bijgestuurd en aangevuld wanneer de toestand van de patiënt evolueert.
Het verpleegdossier beperkt zich niet tot een chronologisch overzicht van de afgelegde bezoeken, de uitgevoerde handelingen en de medicatie. Het is een uitgebreide en gedetailleerde omschrijving van de patiëntsituatie volgens de verpleegdiagnostiek van Gordon. Zo is er bijvoorbeeld een aparte registratiemogelijkheid voor wondzorg, de mobiliteit van de patiënt, zijn (in)continentie, psychosociaal functioneren, enz.
Het verpleegdossier is opgesteld volgens vaste procedures en trajecten, inclusief handige checklists. Er zijn bijvoorbeeld specifieke trajectkaarten voor patiënten in een diabetes-, of palliatief traject. De huidige toestand van de patiënt en zijn verdere evolutie worden op die manier consequent opgetekend. Het resultaat is een duidelijke foto - op elk moment - van de zorgbehoefte van de patiënt. Deze aanpak helpt
de opvolging en zorgverlening te structureren en maakt het mogelijk tijdig in te grijpen waar nodig.
Het EVD of elektronisch verpleegdossier werd in 2007 geïntroduceerd in pilootafdeling Bilzen en ondertussen in nagenoeg alle afdelingen geïntroduceerd. De verpleegkundigen van deze afdelingen gaan op ronde met een handige handcomputer. Daarin vinden zij alle up-to-date patiëntgegevens terug en zij kunnen
rechtstreeks data aanvullen, bestellingen doorgeven of opzoekingen doen. Dit EVD laat verpleegkundigen toe sneller administratieve taken af te handelen en in te spelen op een concrete situatie. Het bespaart hen een hoop tijd, waardoor ze zich nog beter kunnen focussen op hun kerntaak: verplegen.
Verpleegtrajecten
Voor enkele vaker voorkomende pathologische situaties werd een verpleegkundig traject ontwikkeld. Dit is een procedure waarin alle belangrijke parameters werden opgenomen, met op te volgen checklists en flowcharts. De trajecten zijn heel concreet uitgewerkt.
Wanneer de verpleegkundige deze procedure volgt, biedt dit de hoogste zekerheid op een volledige en kwalitatieve opvolging van een zorgprobleem. Er werden trajecten ontwikkeld voor wondzorg, palliatie, mobiliteit, incontinentie, diabetes, een traject ter ondersteuning van de mantelzorger, een traject stomazorg en een traject voor thuisverpleging aan psychiatrische patiënten.
De stuurgroep
Als ondersteuning van het management is er in elke afdeling een stuurgroep. De verpleegkundigen die lid zijn van de stuurgroep komen een vijftal keren per jaar samen om, ter ondersteuning van de afdelingsleiding, te werken rond een aantal thema’s en projecten. Dit kan gaan over knelpunten in de werking van de afdeling, het huishoudelijk reglement, projecten gericht op kwaliteitsverbetering, enz.
Het continuïteitsteam
Ziekte, invaliditeit of beperkingen houden geen rekening met kantooruren. Onze dienstverlening stopt dan ook niet om 17u, en slaat het weekend niet over. Het Wit-Gele Kruis Limburg is 24u op 24u bereikbaar, 7 dagen op 7. De permanentie in zorgverlening wordt gedeeltelijk opgevangen door het continuïteitsteam. Zij rukken uit voor dringende en onverwachte zorgen, zoals een stoma die los gekomen is. Daarnaast nemen zij dagelijks een aantal zorgen voor hun rekening om de afdeling te ontlasten.
De medewerkers van het continuïteitsteam zijn ook verantwoordelijk voor het leveren of terughalen van uitleenmateriaal zoals ziekenhuisbedden of alternating matrassen. Zij zorgen ook voor het plaatsen van personenalarmen.
Steeds minder mantelzorgers zijn beschikbaar om ter plaatse te gaan kijken als er een alarmoproep op de centrale binnenkomt. Het continuïteitsteam kan dan hulp bieden.
Logistiek
Iemand moet er ook voor zorgen dat de benodigde verpleegmaterialen, uitleenmaterialen, en dergelijke op de afdeling geraken. De regelmatige leveringen door de logistieke medewerkers van het provinciaal secretariaat, zorgen daarvoor.
Elke afdeling beschikt ook over één of meerdere logistieke medewerkers. Zij zorgen er niet enkel voor dat de afdeling er altijd netjes en ordelijk bijligt. Daarnaast zetten zij ook het verpleegmateriaal en de hulpmiddelen die door de verpleegkundigen besteld werden, klaar. Wanneer de verpleegkundige in de afdeling langskomt - bijvoorbeeld voor het 11-12-overleg - staat alles netjes klaar. Zij heeft weer voldoende materiaal om op ronde te gaan en kan de gevraagde hulpmiddelen bij de patiënt bezorgen.